Dutch
Articles
beursontwikkelingen
week 13 juni 1999
de slapende Japanse reus lijkt te zijn ontwaakt
Zoals U reeds weet zijn de diverse beschikbare produkten op de
financiele markten (aandelen, valuta’s, obligaties, grondstoffen) sterk met
elkaar gecorreleerd en kan de prijsvorming op een bepaalde markt een grote impact op de
andere markten hebben. Uiteraard is het belangrijk om deze relaties nauwkeurig te volgen
en te onderzoeken waar de initiele bron van activiteit is. Afgelopen week was de
marktactiviteit sterk gedomineerd door grote bewegingen op de valutamarkten waarbij de
US-dollar als grote verliezer uit de bus kwam. Er was echter eveneens sprake van een soort
"Catch-22" situatie (kip-ei ) waarbij een zwakkere Amerikaanse aandelen-en
obligatiemarkt een negatieve invloed op de US$ hadden. De markten vrezen namelijk dat de
FED aan het eind van deze maand de rente zal verhogen. De rente in de US is op dit moment
4.75% en in Europa is de rente 2.5%. Verschillende economische cijfers hebben reeds
aangegeven dat de inflatie enigszins zou kunnen toenemen in de US en dat de FED dus actie
zal moeten ondernemen. Als direct resultaat is de "ultimate inflationindicator"
de 30jarige US staatsobligatie zwaar onder druk komen te staan en is het rendement boven
de 6% uitgekomen. Een rendement van 6% is een soort magisch nivo en van hier kan het of
doorschieten naar de 7% (een tijdperk van opkomende inflatie) of terug naar de 5%. Het
volgende cijfer waar naar uitgekeken wordt is de consumentenprijsindex en de speech van
Greenspan op donderdag, waar zijn woorden op een goudschaaltje zullen worden gewogen.Wij
verwachten dat de trend van een zwakkere US$ tegen zowel de Yen als Euro de komende week
zal voorduren.Uiteraard heeft de vredesverklaring in Kosovo en het terugtrekken van de
Servische troepen een zeer positief effect op de Euro gehad. Voor Uw informatie: de $/Euro
koers is binnen deze week van een laagtepunt met een koers van 1.0266 terug naar 1.0526
gesprongen nadat bekend was geworden dat het vredesakkord was ondertekend. De markten
waren overdreven negatief over de euro en bezorgheid over de kosten van de Kosovo-oorlog
hadden een kapitaalvlucht uit de euro naar andere valutas teweeggebracht. De situatie
lijkt nu te zijn veranderd en een beweging in een korte tijd van 1.0266 naar 1.0526 is
relatief uniek voor een westerse munt. Uiteraard is de euro vanaf haar introductie in
Januarie nog steeds 9.7% lager op dit moment.
de
Japanse reus
Voor vele mensen ‘ een ver van mijn bed show’
maar de Japanse economie is een van de grootse economieen ter wereld en ontwikkelingen
aldaar kunnen een grote invloed op uw eigen aandelenportefeuille hebben. Voor het
perspectief: De Japanse aandelen-index de Nikkei stond in 1989 op een niveau van 40000 en
is door de crisis afgeslacht naar een dieptepunt van 14000 in 1999. Een enorme
deflationaire crisis met een totale afbraak van het bankensysteem was een van de oorzaken
hiervan. Vorige week echter werden markten overdonderd door de groeicijfers van de Japanse
economie over het eerste kwartaal van 1999. De economie groeide met 1.9% terwijl er in het
vorige kwartaal een contractie van –8.5% was.Dit was een resultaat dat geen
enkele analist heeft durven voorspellen aangezien de laatste 5 kwartalen er slechts sprake
van contractie was. Het directe resultaat hiervan was een sterke stijging van de yen en
$/yen handelde op 118 dwz 118 yen koopt 1Usdollar terwijl slechts een weekje terug de
koers yen123 was. De Nikkei is inmiddels boven de 17000 en vele specialisten zien Japan
als de nieuwe goudmijn van de 21ste eeuw. Aan de andere kant is de Japanse fundamentele
situatie zeer complex. De stimuleringsmaatregelen van premier Obuchi beginnen effect te
hebben maar worden gefinancieerd door nieuwe obligatie-verkopen hetgeen nieuwe economische
problemen kan veroorzaken. Politici van de regerende partij (LDP) maken zich grote zorgen
over hun politieke toekomst en critici zien het stimuleringpakket puur als een politieke
daad en beschuldigen de overheid van manipulatie van statistische cijfers.
goud
verliest haar glans
Centrale banken en de IMF zullen over een periode van 5 jaar hun
goudvoorraden massaal verkopen en goud handelde afegelopen vrijdag op het laagste nivo in
de laatste 20jaar op $257.15 per ounce. Goud verloor reeds 10% in de laatste 5 weken nadat
zowel de Engelse Centrale Bank en de Zwisterse Centrale bank besloten hebben een groot
gedeelte van hun voorraad te verkopen. De Engelse Centrale Bank zal meer dan de
helft van haar 715-metrieke ton goudvoorraad in de komende 3 jaar verkopen, beginnend met
een veiling van 25ton op 6 jjuli. Ook de aankonding van IMF om tussen de 5 en 10miljoen
bullion te verkopen om de schuld van ontwikkelingslanden te verminderen wijst erop dat de
goudprijs spoedig nog verder zal dalen.
beursontwikkelingen week 20 juni 1999
big
Uncle "AL"
De internationale markten waren in afwachting van Alan Greenspans
"congressional testimony". Vanwege de impact van zijn tekst heeft Greenspan op
Wall-street de bijnaam "big uncle Al". Door het systeem van "checks and
balance " moet de onafhankelijke voorzitter van de Centrale bank uiteindelijk twee
keer per jaar verantwoording afleggen aan het Amerikaanse Congres, de zgn. congressional
testimony. En wanneer Greenspan op de economische agenda staat dan is de handel tot aan
zijn speech in principe stil. Daarnaast verwachten de markten eveneens dat Greenspan een
aanwijzing zou kunnen geven met betrekking tot de belangrijke fomc-meeting die gehouden
zal worden op 28/29 juni. De FOMC-meeting is een tweemaandelijks terugkerend ritueel
waarbij alle deelstaat centrale bankiers(FED-gouverneurs) bijeen komen om te beslissen
over de toekomstige geldpolitiek. De markten kregen deze duidelijkheid dan ook van
Greenspan. Hij gaf aan dat de Fed gegeven de huidige staat van de Amerikaanse economie
haar rentebeleid zal moeten aanpassen en de FED-funds (dwz de rente die de banken moeten
betalen om te lenen bij de fed) naar alle waarschijnlijkheid met 25 basispunten zal
verhogen. De Fed zal tot deze actie overgaan om zodoende enig inflatiegevaar te
onderdrukken. Verder was een belangrijk hoogtepunt voor opkomende markten het G-7 besluit
in Keulen om de schulden van de armste landen met 70 miljard us-dollars te schrappen.
de reactie van de markt
De uitspraken van de Fed-voorzitter resulteerden in een opgeluchte
stemming onder beleggers. Niet alleen de Amerikaanse beurzen zoals de Dow-Jones-index maar
ook de bredere S&P 500 -index ging omhoog. De Dow-Jones index heeft in principe
30-zeer grote multinationale ondernemingen als index-component terwijl de S&P-500 ,
500 ondernemingen telt. Daarnaast herstelden alle Zuid-Amerikaanse beurzen zoals de
Braziliaanse Bovespa. Ook Europese beurzen beleefden een rally over de gehele linie. Een
belangrijke reden voor deze euforie ligt in de anti-inflatiepolitiek van de Fed. Doordat
inflatie beteugeld wordt kan op termijn de kapitaalmarktrente dalen. Door deze daling van
de lange rente worden de leenkosten, voor de Overheid maar in het bijzonder het
bedrijfsleven, goedkoper. Deze daling van de leenkosten vertalen de markten als
groeiimpuls. De markten houden dus nu al rekening met het feit dat het derde kwartaal van
dit jaar door deze voorzichtige geldpolitiek positief beinvloedt zal worden.
G-7
besluit voor opkomende economieen
De toezegging van de G-7 betekent een forse uitbreiding van het in
1996 gelanceerde initiatief van de Wereldbank. De 70 miljard us-dollar kwijtschelding
betekent dat ongeveer 70% van de OFFICIELE schuld van de in aanmerking komende landen
wordt geschrapt. Daarnaast lanceerde de Britse premier Tony Blair een opmerkelijk plan om
alle grote bedrijven uit te nodigen eveneens een bijdrage te leveren aan
schuldkwijtschelding door de oprichting van een "millennium-trustfonds". Dus
naast de G-7 en de supranationale instellingen wordt er ook een beroep gedaan op het
bedrijfsleven. Eveneens zijn de drempels om voor dit initiatief in aanmerking te komen
verlaagd waardoor meerdere landen kunnen profiteren. Zo zal voortaan een schuld die 150%
van de exportopbrengst van een land bedraagt, als onhoudbaar gelden en niet de eerder
vastgelegde 200 a 250%. Hierdoor stijgt het aantal dat zich voor het initiatief kan
kwalificeren van 26 naar 33. De kwijtschelding moet volgens de G-7 worden verbonden aan de
eis dat de landen de vrijkomende financiele ruimte besteden aan armoedebestrijding,
onderwijs en gezondheidszorg. Hierbij moet ook de "civil society"(particuliere
organisaties) betrokken worden. Internationale financiele instellingen zoals IMF en
Wereldbank moeten zelf ook bijdragen maar zonder aantasting van hun leencapaciteit aan
arme landen. Daarnaast vroeg de G-7 aan de Club van Parijs (OESO-landen en hun bankwezen)
op de jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank in september met concrete voorstellen
te komen.
beursontwikkelingen
week 27 juni 1999
de
FOMC-meeting
Het tweede kwartaal van 1999 is vrijwel voorbij en zonder twijfel
staat de monetaire ontknoping voor de financiele markten nu voor de deur. Frequente lezers
van deze rubriek zullen ongetwijfeld vele malen gelezen hebben hoe belangrijk de
toekomstige monetaire politiek van de FED is voor de wereldhandel. Door de Azie-crisis
heeft de FED vorig jaar haar korte rente in totaal met 75 basispunten verlaagd en haar
monetaire "bias" veranderd naar een verruimende geldpolitiek. Nu de wereld zich
herstelt begint de markt zich dus af te vragen in welke mate de FED de vroegere
renteverlagingen zal terugnemen. Belangrijk is ook te begrijpen dat de Amerikaanse
economie, het eerste kwartaal van 1999, met 4,3% gegroeid is en de FED dus terecht
bevreesd is voor toenemende inflatie. De monetaire politiek van de FED is immers een zeer
prudente aangezien de FED een oordeel uitspreekt over toekomstige inflatiedruk. De
centrale bank gaat dus niet afwachten tot inflatie daadwerkelijk opduikt in de
statistieken maar heeft een "pro-actieve" geldpolitiek. Ter illustratie, het
huidige inflatie percentage in de VS bedraagt slechts 2% en is historisch bekeken relatief
laag. Ondanks deze cijfers is voor alle onderdelen van de kapitaalmarkt ( nl. de
aandelenmarkten, valutamarkten, obligatiemarkten en de commodity-markten) het centrale
thema in welke mate de FED de rente zal verhogen
beursontwikkelingen
week 27 juni 1999
de meeting op 28 en 29 juni
De
meeting zal op 29 juni eindigen en wij kunnen U verzekeren dat er voor diverse miljarden
us-dollars kapitaal zal bewegen tussen de voornoemde sectoren op de kapitaalmarkt. De
markt houdt rekening met een rentestijging van 25 tot 50 basispunten. Deze stijging is als
het ware ingeprijsd doordat de kapitaalmarktrente over de afgelopen 1,5 maand met 125
basispunten(1,25%) gestegen is. Markten lopen altijd vooruit doordat marktparticipanten
anticiperen op de mogelijke uitkomsten. Nu lijkt 1 tot 1,25% rentestijging niet veel,
immers het rendement op 10 jarige Amerikaanse staatsleningen is over de afgelopen maand
gestegen van 4,95% naar 6,04%. Ter verduidelijking nog het volgende;
(1) De FED verhoogt niet de kapitaalmarktrente
maar de zgn. Fed funds. Het Fed funds-tarief is het tarief waartegen banken rood mogen
staan bij de Centrale bank. Indien dit tarief verhoogd wordt dan zullen commerciele banken
hun rentetarieven eveneens verhogen waardoor het publiek(gezinnen en bedrijven) vervolgens
te maken krijgt met hogere leenkosten.
(2) Het hoger worden van de Fed funds en het
verwachte inflatiepercentage leiden vervolgens tot een hogere kapitaalmarktrente. Adhv.
een voorbeeld zullen wij trachten deze lastige stelling uit te leggen. De
kapitaalmarktrente is de rente die geldt voor looptijden langer dan 1 jaar. Stel U heeft
1000 -us dollars aan spaargeld en wil dit rentedragend investeren. U kunt naar een bank
gaan en sluit een deposito af voor 5 jaar tegen 5%. Het aangaan van een deposito is
hetzelfde als het kopen van een 5-jarige bankobligatielening die U aanhoudt tot einde
looptijd. U krijgt als renteinkomsten $50 per jaar (5 jaren in dit geval) en in laatste
jaar krijgt U de hoofdsom van $1000 terug. De rente van 5%,ookwel nominale rente genoemd
is samengesteld uit 2% inflatievergoeding en 3% reele rentevergoeding. Recap; nominale
rente van 5% = 3%(reele rentevergoeding) + 2%( inflatie vergoeding). Stel nu dat de
inflatie gaat stijgen van 2% naar 3% dan zult U als belegger een hogere nominale rente
eisen om de zelfde reele rente vergoeding te ontvangen. Dit lijkt weer moeilijk maar is in
principe heel makelijk te
begrijpen. Als wij de bovenstaande lagere school rekensom bekijken dan zal de uitkomst 6%
worden immers 3% reele rente + 3% inflatievergoeding(inflatie is gestegen). Belangrijk is
te begrijpen dat indien er geen sprake zou zijn geweest van deze rentestijging de reele
rentevergoeding dan zal afnemen; de nominale rente blijft 5%= 2% (reele rentevergoeding,
1% achteruitgang ) + 3% inflatievergoeding. Uiteraard anticiperen geldaanbieders op
mogelijke inflatiestijging en eisen op zijn minst een gelijkblijvende reele
rentevergoeding. In landen waar de centrale bank een slechte reputatie heeft mbt. de
geldpolitiek zullen beleggers nog additionele vergoedingen eisen waardoor de hogere rente
een juk vormt voor economische groei.
welke
uitkomsten zijn mogelijk ?
Om de kapitaalmarktrente laag te houden zal de FED de inflatie
moeten bestrijden zoals U in het eenvoudige cijfervoorbeeld heeft kunnen zien. De meeste
Wall-street investmentbanks hebben economen, fed-watchers, die puur gespecialiseerd zijn
in het voorspellen van FED-politiek. Het merendeel van de opinies varieert van een 25 tot
50 basispunten fed-funds stijging. Dit zou goed nieuws zijn voor de markt aangezien de FED
laat zien dat zij haar reputatie als uiterst betrouwbare inflatievechter hoog in het
vaandel draagt. De meeste nervositeit op de markten komt echter hoofdzakelijk hoe de FED
zich zal uitlaten mbt. haar monetaire bias. De monetaire bias geeft de toekomstige
geldpolitiek voor de volgende FOMC aan. Deze monetaire bias bestaat uit een drietal
geldpolitieke stadia;
(1) verruimende (accomoditive) politiek, de FED
zal in de toekomst indien de inflatieverwachtingen daartoe aanleiding geven de Fed funds
verlagen,
(2) neutrale (neutral) politiek , de FED zal in de
naaste toekomst de Fed funds ongewijzigd houden,
(3) verkrappende (tightening) politiek, de FED zal
in de naaste toekomst de Fed funds verhogen indien de inflatieverwachtingen daartoe
aanleiding geven. De marktgoeroe's zijn thans in hoge mate verdeeld of de FED haar
verruimende bias die zij had ingenomen door de Azie-crisis zal veranderen naar een
verkrappende. Een verkrappende bias maakt metname aandelenbezitters nerveus omdat de
dreiging van een steeds hogere rente betekent dat bedrijven hogere winsten moeten gaan
maken. De aandelenbelegging moet concurreren tegen de vaste rentevergoeding die als maar
hoger wordt. In 1994 ging de FED voor het laatst over naar een verkrappende geldpolitiek
en verhoogde de Fed funds van 3% naar 6%. De Dow-jones index steeg slechts met 2% dat
jaar. U kunt nu mischien begrijpen waarom de markten nerveus zijn want na het desastreuse
beleggingsjaar 1998 zit niemand echt te wachten op lagere rendementen.
JET INVESTMENTS is overigens van
mening dat negatieve koersreacties een koop moment zijn voor kwaliteitsaandelen want
aandelenbelegingen zijn uiteindelijk lange termijn beleggingen. Wie in de bear-markt van
1994 uiteindelijk posties had opgebouwd in de grotere multinationals had die in 1995 met
goede winsten kunnen verkopen! Voor opkomende economien betekent deze wijziging dat
Overheden harder hun best moeten doen om hun huishouding in evenwicht te brengen.
Daarnaast moeten deviezenuitgaven zorgvuldig worden gemanaged aangezien de FED us-dollar
creatie duurder maakt.
Voor vragen of meer informatie: info@jetinvest.com